Tien geldvragen aan Ben Granjé (Sven Vonck)

21 juni 2020

Ben Granjé, afgevaardigd bestuurder van de Vlaamse Federatie van Beleggers (VFB), heeft vooral spijt van de investeringen die hij níét deed. ‘Ik had me in de schulden moeten steken om het appartement van mijn grootvader te kopen.’

  1. Hebt u thuis goed met geld leren omgaan?

    ‘Mijn vader was een profvoetballer, die daarna een praktijk uitbouwde als kinesitherapeut. Er kwam veel geld binnen, maar er werd nog meer uitgegeven. De zaak ging zelfs failliet, waardoor ik op mijn 12de ondervond wat het betekende geen geld te hebben. Maar mijn ouders zijn niet bij de pakken blijven zitten en zijn daarna opnieuw begonnen.’
  1. Hecht u veel belang aan uw spaarrekening?
    ‘Ik word zenuwachtig als er minder dan een bepaald bedrag op de spaarrekening staat. Als de spaarreserve eens wat minder groot is, zullen we die als eerste weer aanvullen. Daarnaast gaat er via een vaste opdracht maandelijks geld naar een beleggingsportefeuille. De prioriteit ligt bij beleggen. Pas daarna zullen we zien welk budget overblijft om leuke dingen te doen.’

  1. Hoe springt u in uw relatie om met geldzaken?
    ‘Mijn vrouw en ik praten veel over geldzaken en nemen zowat alle financiële beslissingen samen. Ook aandelen bespreken we. Als een van ons een aandeel voorstelt, zal de andere zoeken naar gaten in de redenering en argumenten geven om het niet te kopen. Investeren doen we pas als we op het einde van de discussie allebei overtuigd zijn.’
  1. Wat is uw slechtste financiële beslissing?
    ‘Dat zijn vooral de momenten waarop ik bepaalde zaken niet aandurfde. Zo had ik na de dood van mijn grootvader niet genoeg spaarcenten om zijn appartement in Antwerpen te kopen. Eigenlijk had ik me toen in de schulden moeten steken, want enkele jaren later zijn de vastgoedprijzen geëxplodeerd.’
  1. Welk type belegger bent u?
    ‘Zowat 70 procent van mijn beleggingsportefeuille bestaat uit brede beleggingsfondsen en trackers. Met de overige 30 procent ga ik zelf aan de slag, waarbij ik specifieke thema’s bespeel, zoals de watersector.’
  1. Hebt u de voorbije maanden aandelen bijgekocht?
    ‘Ja, ik heb geleerd dat je aandelen moet kopen als niemand anders dat nog durft. Toch verwacht ik nog een correctie, want ik vrees dat veel mensen de impact van de coronacrisis op de economie onderschatten.’
  1. Waarin belegt u niet?
    ‘In zaken die ik niet snap, zoals opties. Een heleboel VFB-leden dekken zich daar graag mee in, maar de wiskunde en de logica daarachter ontgaan me. Ik vermijd ook de waan van de dag en bekijk mijn financiële gezondheid door een langetermijnbril.’
  1. Wat is uw grootste financiële ergernis?
    ‘Politieke voorstellen die met de regelmaat van de klok opduiken en er uitsluitend op gericht zijn beleggers zwaarder te belasten. Die vertrekken altijd vanuit de gedachte dat beleggen alleen voor rijken is, wat onzin is. Met alleen een spaarboekje kan je niet meegenieten van de welvaart die onze economie creëert. Een fiscaal rechtvaardige stimulus voor het activeren van spaargeld zou een sociale ingreep zijn en het begin van een economische relance in ons land.’
  1. Hoe spaart u voor uw kinderen?
    ‘Ik heb een 10-jarige zoon en een 14-jarige dochter. Ze hebben elk op hun naam een spaarrekening en een beleggingsplan. Het nadeel is dat je als ouder niet meer kan bijsturen zodra je gestort hebt op iets dat op hun naam staat. Daarom beleggen we ook zelf voor hen via een brede indextracker.’
  1. Aan welke aankoop hebt u het meeste plezier beleefd?
    ‘Mijn vrouw en ik hebben vroeger erg genoten van onze ritjes met de motor. Toen de kinderen er kwamen, heb ik die verkocht. Maar op een dag koop ik me toch weer een mean machine. Daarover moeten we minder lang nadenken dan over aandelen.’ (lacht)