Patrick Nollet zwaait af als VFB-directeur

Na zeventien jaar neemt Patrick Nollet (66) afscheid als directeur bij VFB. Daarmee komt ook een carrière van ruim vier decennia in de beleggerswereld tot een einde. Voor één keer staat niet de beurs, maar zijn eigen parcours centraal: van zijn eerste aandelen en de dotcomgekte tot zijn huidige portefeuille en de lessen die ruim veertig jaar beleggen hem leerden. “Ik ben tot de conclusie gekomen dat ik eigenlijk nog maar heel weinig begrijp.”

Patrick Nollet kreeg beleggen niet met de paplepel ingegeven. Hij ontdekte de beurs zelf pas rond zijn twintigste, tijdens zijn studies handelsingenieur aan de KU Leuven. Daarna werd het zijn beroep. Nollet begon zijn carrière bij de bank BBL, werkte bij het beleggersblad Inside Beleggen (nu Trends Beleggen) en vervolgens twintig jaar bij Uitgeverij De Tijd/Mediafin, waarvan ruim vijftien jaar als hoofdredacteur van het beursblad De Belegger.

Na de financiële crisis belandde hij bij VFB, waar hij in 2009 de rol van directeur op zich nam. Op 1 november komt een einde aan die professionele loopbaan. Niet aan het beleggen zelf. Wat ooit als een hobby begon en vervolgens vier decennia lang een groot deel van zijn werkdag bepaalde, mag voortaan opnieuw gewoon hobby zijn.

Wat trok jou destijds over de streep om te starten met beleggen?

Ik denk dat beleggen een beetje in je bloed moet zitten. Van thuis uit had ik het zeker niet mee. Mijn vader ging niet verder dan een zichtrekening en een spaarboekje. Tijdens mijn studies kwam professor Lambert Vanthienen op een dag de aula binnen met de woorden: “Nu moet je aandelen kopen.” Het was de week waarin de wet Cooreman-De Clercq werd goedgekeurd.

Ik had toen al een studentenabonnement op De Tijd en las ontzettend veel. Veel opleiding in beleggen kregen we niet. Mijn keuzevak beleggingsleer was goed voor één uurtje per week en het ging vooral over obligaties. Ik heb dus veel zelf geleerd. Ik hield een schrift bij waarin ik voor elk aandeel op de Brusselse beurs cijfers noteerde en zelf ratio’s en boekwaarden berekende. Sindsdien had ik de microbe te pakken.

Hoe zijn particuliere beleggers veranderd?

Na 9/11 en vooral de financiële crisis van 2008 ontstond bijna een generatiekloof. Heel wat beleggers haakten af. Pas een dikke vijf jaar geleden zag je een nieuwe generatie opstaan. Die zoekt veel informatie, het liefst goedkoop of gratis. Maar vergis je niet: het beestje zelf is niet veranderd. Kuddegedrag en hebzucht zijn menselijke eigenschappen. Veel beginners zoeken vooral tips en zijn minder geïnteresseerd in leren beleggen. Wie bereid is toch een beetje moeite te doen, heeft volgens mij de grootste kans om op lange termijn te blijven beleggen.

Wat is er voor beleggers in die veertig jaar het sterkst veranderd?

De informatiestroom, zonder twijfel. Toen ik begon, was er geen internet. Je had De Tijd, The Wall Street Journal, Financial Times, enkele andere publicaties, jaarverslagen en perscommuniqués. Dat was het ongeveer. Vandaag word je overspoeld door informatie en tips, vaak gratis. Of dat altijd beter is, laat ik in het midden. Artificiële intelligentie zal daar nog een tsunami aan informatie bovenop brengen.

Ook de kosten zijn enorm gedaald. Via een fysieke broker betaalde je vroeger makkelijk 1,5 à 2 procent op een transactie. Online brokers hebben dat totaal veranderd. En met ETF’s kun je vandaag goedkoop en eenvoudig internationaal spreiden. Tegelijk is de Brusselse beurs zelf – helaas – veel kleiner geworden. Alleen met Belgische aandelen kom je er dus moeilijker dan vroeger.

Hoe ziet je portefeuille er vandaag in grote lijnen uit?

Zowat 50 procent zit nog altijd in individuele Belgische aandelen. Mijn grootste posities zijn Jensen, Ageas, Tubize en KBC Ancora. Ongeveer 15 procent zit in individuele buitenlandse aandelen, vooral Engie en Investor AB, en nog eens 15 procent in ETF’s. Recent heb ik ongeveer 20 procent cash opgebouwd. Ik heb hoogtevrees.

Voor individuele aandelen blijf ik bewust erg Belgisch. Die ondernemingen kun je als particuliere belegger het best volgen. ‘Koop wat je kent’ blijft een goede regel. Internationaal wordt dat veel moeilijker. Je moet niet de pretentie hebben dat je vanuit België een buitenlands aandeel beter kunt beoordelen dan de vele analisten die het in zijn thuismarkt volgen. Daarom kies ik internationaal vaker voor holdings of ETF’s.

"“Iedereen kan beleggen. Dat is de leuze van VFB en daar geloof ik nog altijd in. Maar dat betekent niet dat beleggen makkelijk is.”"

Ben je vooral een buy-and-holdbelegger of stuur je je portefeuille nog actief bij?

Ik ben doorheen de jaren sterk geëvolueerd richting buy-and-hold. De markt of de koers van een aandeel timen is bijzonder moeilijk, zo niet onmogelijk. Uiteindelijk merk je ook dat buy-and-hold op lange termijn vaak een beter resultaat oplevert. Mijn aanpak is sowieso veel voorzichtiger geworden. In mijn beginjaren dacht ik dat ik er alles van kende. Veertig jaar later ben ik tot de conclusie gekomen dat ik eigenlijk nog maar heel weinig begrijp. Dat is volgens mij een gezonde evolutie. Vandaag denk ik geen twee maar tien keer na voordat ik een transactie doe. Impulsaankopen doe ik niet meer. Geduld is een mooie deugd.

Wat was je beste belegging ooit?

Ik vermoed Tubize en KBC, gewoon omdat ze al bijzonder lang in mijn portefeuille zitten. Dat sluit ook aan bij hoe mijn manier van beleggen veranderd is. Uiteraard zijn er ook heel wat slechte beleggingen geweest.

Welke fout als belegger is je het meest bijgebleven?

In mijn beginjaren kocht ik ooit het Turkish Investment Fund. Er heerste toen een hype rond zogenaamde landenfondsen. Dat gesloten fonds noteerde met een overwaardering van ongeveer 100 procent. Maar daar bestonden uiteraard allemaal argumenten voor. The sky was the limit. Tot de bel barstte. De overwaardering werd een onderwaardering en de Turkse lira bleef zakken.

De les is simpel: wees voorzichtig met iets dat extreem overgewaardeerd is. Met een beetje goede wil kun je bijna elke waardering verantwoorden. Later zagen we dat opnieuw tijdens de technologie- en internethype en enkele jaren geleden bij bepaalde Belgische gvv’s.

Welk advies zou je geven aan iemand die begint met beleggen?

De eerste aankoop is verrassend vaak een miskoop. Beginners stappen in op basis van een tip van een vriend of kennis, of een mooi verhaal van een analist. En meestal gebeurt dat wanneer de beurs al records breekt en daardoor volop in het nieuws komt. Laat je daar niet door ontmoedigen. Begin voorzichtig, met kleinere bedragen, en zorg voor voldoende spreiding, bijvoorbeeld via een holding of ETF. Overleven op de beurs lukt alleen als je voorzichtig bent en de lange termijn voor ogen houdt.

Wat vergeten ook ervaren beleggers te vaak?

Dat ze op lange termijn erg tevreden mogen zijn met een rendement van 8 à 10 procent per jaar, koerswinsten en dividenden samen. Als je dat haalt, ben je goed bezig. Als je twee jaar na elkaar 20 of 30 procent haalt, mag je er niet van uitgaan dat je dat zomaar kunt doortrekken. Reken jezelf niet rijker dan je bent. Maar de mens in de belegger verdwijnt nooit. Kuddegedrag en hebzucht afschudden is verdomd moeilijk.

"“Overleven op de beurs lukt alleen als je voorzichtig bent en de lange termijn voor ogen houdt.”"

Welke beursperiode heeft jou als journalist en belegger het meest gevormd?

De periode van ongeveer 1992 tot 2002. Ik was toen jong hoofdredacteur van een groot beleggingsblad. De Brusselse beurs boomde, heel wat bedrijven maakten hun beursdebuut en eind jaren negentig kwam daar de dotcomgekte bovenop. De huidige AI-gekte is voor mij nog niets vergeleken met de dotcomzeepbel. Denk aan Lernout & Hauspie. Iedereen wist op een bepaald moment dat het aandeel heel duur was, maar bijna niemand durfde nog te zeggen dat je moest verkopen. Het was tegelijk mijn mooiste periode als belegger en de periode waarin ik het meest geleerd heb. Uit crisissen leer je het meest.

Waarop kijk je met de meeste voldoening terug uit je jaren bij VFB?

Toen ik begon, was een hele generatie beleggers bijna lamgeslagen door de financiële crisis. Bovendien viel op de Brusselse beurs lange tijd relatief weinig te beleven. En toen zich eindelijk opnieuw een nieuwe generatie beleggers aandiende, kwam corona. Ik herinner me een VFB-Happening in die periode waarop met moeite 500 mensen afkwamen. Vandaag zitten we opnieuw rond 2.500 bezoekers. Onze Beleggersacademie leidt jaarlijks 400 à 500 beleggers op.

Maar ik ga niet zeggen dat ik daar persoonlijk trots op ben. VFB is teamwork. Vaste medewerkers en een heleboel vrijwilligers dragen allemaal hun steentje bij. Het belangrijkste is dat de continuïteit er altijd is geweest en dat VFB vandaag sterk staat, met jonge mensen die de organisatie verder kunnen dragen.

Waarom heeft VFB ook in de toekomst een duidelijke rol te spelen?

Omdat beleggers in België fiscaal telkens opnieuw de kop-van-jut zijn. We hebben de Reynderstaks, de beurstaks, de effectentaks, de dividendbelasting en nu de meerwaardebelasting, een draak van een regeling. De winsten van de bedrijven waarin we beleggen, zijn voordien ook al belast. Wat mij daarnaast stoort, is de complexiteit. Iedereen spreekt over administratieve vereenvoudiging, maar ondertussen worden regelingen ingevoerd waarvoor een particuliere belegger weer uren moet uitzoeken wat hij precies moet doen. VFB moet zich daartegen blijven verzetten, ook al is dat soms een titanenwerk. Daarnaast moeten we betrouwbare informatie en opleiding blijven aanbieden tegen democratische prijzen.

Welke boodschap wil je de VFB-leden bij je afscheid meegeven?

Iedereen kan beleggen. Dat is de leuze van VFB en daar geloof ik nog altijd in. Maar dat betekent niet dat beleggen makkelijk is. Hou de basisregels voor ogen: spreid je beleggingen en heb geduld. En blijf vooral VFB steunen. We zijn een kleine organisatie, maar wel een belangrijke stem voor particuliere beleggers.

Wat staat er voor jou persoonlijk nog op de planning?

Na veertig jaar in de frontlinie ga ik het de eerste maanden wat rustiger aan doen. Andere horizonten verkennen, ook eens andere dingen lezen dan alleen over beleggen en meer tijd vrijmaken voor mijn dierbaren. Maar beleggen zelf zal niet verdwijnen. Het is voor mij ooit als hobby begonnen. Ik ben blij dat ik die hobby nu opnieuw gewoon als hobby kan uitoefenen.