Deep Dive – Investor AB houdt onder Wallenberg-imperium koers in turbulente tijden

Tijdens onze reis naar Stockholm brachten analist Joep Dikken en ondergetekende een bezoek aan het hoofdkantoor van Investor AB (Stockholm: INVE-B). Verder hield de Zweedse familieholding op 7 mei 2026 haar jaarlijkse aandeelhoudersvergadering in het China Theater in Stockholm. In deze deep dive combineren wij onze inzichten van beide events, waarbij we de langetermijnstrategie, het eigendomsmodel en de macro-economie analyseren.

In maart brachten we een bezoek aan de RedEye Serial Acquirer Conference 2026, waar we met meerdere internationale overnamemachines spraken uit onze portefeuille en diverse ideeën hebben opgedaan voor onze shortlist (hierover doen we publiekelijk geen uitspraken). Rondom dit congres brachten we ook een bezoek aan diverse Zweedse holdings, waaronder Investor AB. Op Arsenalsgatan 8C te Stockholm is het hoofdkantoor van de familieholding gevestigd, waar we werden ontvangen door oude bekende Magnus Dalhammar. In mei 2025 was hij onze gastspreker tijdens onze relatiedag, waarvan u hier een verslag kunt teruglezen. Alhoewel het een animerend gesprek was, en het hoofdkantoor bijzonder indrukwekkend was met veel historie, kregen we logischerwijs weinig zaken te horen die we niet al wisten. Toch zullen we in dit artikel wat context vanuit dit gesprek schetsen die wat ons betreft een dieper inzicht geeft in het functioneren van de holding.

De aandeelhoudersvergadering van Investor AB was zoals altijd omgeven door een focus op de lange termijn. CEO Christian Cederholm gaf toelichting op de operationele gang van zaken, terwijl voorzitter Jacob Wallenberg meer de focus legde op de geopolitieke en macro-economische omgeving en de rol van de familie. Net zoals bij Berkshire Hathaway kregen aandeelhouders in de zogenaamde Investordialogen via een informele vraag- en antwoordsessie de ruimte om Wallenberg en Cederholm uitgebreid inhoudelijk te ondervragen. Ruim 700 aandeelhouders waren fysiek aanwezig, terwijl de holding inmiddels 733.000 geregistreerde aandeelhouders telt, ongeveer 70.000 meer dan een jaar eerder.

Terugblik op 2025

Investor structureert zich rond de drie business areas beursgenoteerde bedrijven (Listed Companies), niet-beursgenoteerde dochterondernemingen binnen Patricia Industries en investeringen in de private equity fondsen van EQT. Over het volledige boekjaar 2025 steeg de intrinsieke waarde met 14% naar SEK 1.087 miljard aan het einde van het jaar, bij een totaalrendement op het Investor-aandeel van 15%. Over de afgelopen vijf jaar bedroeg de gemiddelde jaarlijkse groei van de intrinsieke waarde eveneens 14%. Cederholm benadrukte dat de winstontwikkeling en de stijgende kasstromen van de onderliggende bedrijven de uiteindelijke motor achter die waardecreatie zijn.

Cederholm noemde enkele wapenfeiten op holdingniveau. AstraZeneca kondigde omvangrijke investeringen aan in onderzoek, ontwikkeling en productie in zowel de Verenigde Staten als China. Wärtsilä en ABB scherpten hun portefeuille verder aan door niet-kernactiviteiten af te stoten, een vorm van actieve focus die past bij de manier waarop Investor zijn bedrijven aanstuurt. Binnen Patricia Industries voltrok de holding meerdere overnames, met als grootste de aankoop van Nova Biomedical door dochteronderneming Advanced Instruments voor USD 2,2 miljard, de grootste overname in de geschiedenis van de holding.

De speech van CEO Cederholm werd in het Engels nagesynchroniseerd

In het EQT-segment investeerde Investor onder meer gezamenlijk in Fortnox en kocht het aandelen in de beursgenoteerde private equity fondsmanager EQT AB bij. Tijdens ons gesprek in Stockholm lichtte Dalhammar deze strategische bijkopen verder toe. Hij legde uit dat de recente marktonrust rondom software en AI een bewuste kans bood om het belang in EQT te vergroten, aangezien de markt de risico's voor deze sector in de ogen van de familieholding overschatte. Daarnaast ontkrachtte hij zorgen over toenemende kapitaalonttrekkingen bij de private equity fondsen van EQT en gaf hij expliciet aan dat Investor AB nog steeds onverminderd waarde ziet in het softwarebedrijf Fortnox, ondanks gedaalde multiples van beursgenoteerde sectorgenoten.

In totaal investeerde Investor in 2025 SEK 29 miljard, verspreid over alle drie de business areas, telkens in bedrijven waar de holding goede voorwaarden voor langetermijnwaardecreatie ziet.

Het Wallenberg-ecosysteem en het decentrale model

De Wallenberg-stichtingen zijn sinds 1917 de grootste aandeelhouder van Investor, met als doel de Zweedse ontwikkeling in onderzoek en onderwijs te bevorderen. Volgens Cederholm hebben de stichtingen tot dusver meer dan SEK 50 miljard aan langetermijnsubsidies toegekend aan onderzoek en industrie. De rol van de holding binnen dat ecosysteem is om sterke en duurzame bedrijven te bouwen die een gestaag stijgende dividendstroom genereren voor de stichtingen en de overige aandeelhouders. Cederholm vatte de wisselwerking tussen de holding en haar bedrijven als volgt samen:

"We zeggen vaak dat zoals onze bedrijven presteren, ook Investor presteert."

Christian Cederholm, President en CEO van Investor AB

Om dit in de praktijk te waarborgen, staat een gedecentraliseerd model centraal in de aansturing, waarin elk bedrijf en elk bestuur zelf verantwoordelijk is voor de kansen en uitdagingen die op het eigen bedrijf afkomen. Cederholm kwam in vrijwel elk antwoord op dat principe terug, omdat het verklaart waarom de holding zelf bewust klein en kostenefficiënt blijft en het zwaartepunt van de uitvoering bij de bedrijven legt.

Het netwerk tussen de portefeuillebedrijven

Een aandeelhouder vroeg naar de uitwisseling van ervaring tussen de portefeuillebedrijven, onder meer via het zogeheten Chair Circle, en naar wat die uitwisseling concreet heeft opgeleverd. Wallenberg schetste hoe dit netwerk vijftig jaar geleden begon met de communicatiedirecteuren van de bedrijven, die elkaar enkele keren per jaar troffen en zo iemand hadden om mee te praten die geen concurrent was. Sindsdien is het uitgebreid naar onder meer financieel directeuren en juristen. Met ongeveer 24 portefeuillebedrijven die elkaar niet beconcurreren, kan de holding kennis bundelen op een manier die voor een externe belegger niet te repliceren is. Cederholm voegde toe dat het netwerk pas echt waardevol wordt wanneer het een eigen leven gaat leiden, bijvoorbeeld wanneer een duurzaamheidsverantwoordelijke uit eigen beweging een collega bij een zusterbedrijf belt.

Als treffend voorbeeld noemde Wallenberg de periode waarin Atlas Copco gold als rolmodel voor gedecentraliseerd ondernemen, waarna vrijwel iedere CEO uit de groep voormalig Atlas Copco-topman Ronnie Leten belde voor advies, dat deze met groot engagement gaf. Dit informele netwerk vormt een onderschatte structurele kracht van het ecosysteem, en wordt komend jaar mogelijk uitgebreid met een vergelijkbaar forum rond digitalisering en AI.

Dit hechte ecosysteem fungeert tevens als een cruciale talentpool. Professionals stromen regelmatig door naar leidinggevende of bestuursfuncties bij zusterbedrijven binnen de sfeer van Wallenberg of Patricia Industries. Tijdens ons bezoek aan het hoofdkantoor in Stockholm gaf Magnus Dalhammar aan dat deze opvolging een gestructureerd proces is. Daarbij waarborgt de toenemende instroom van de inmiddels zesde generatie van de familie in bestuursrollen en operationele posities de langetermijncontinuïteit van dit unieke model.

De vraag- en antwoordsessie, in het Engels nagesynchroniseerd

De vereenvoudigde strategie: prestatie, portefeuille, personen

Cederholm presenteerde een verhelderd en vereenvoudigd raamwerk rond drie pijlers: prestatie, portefeuille en personen. Prestatie staat voor winstgevende groei vandaag de dag in combinatie met investeren in de toekomst. Hij omschreef innovatie als het fundament onder die prestatie en stelde dat het begint met een obsessie om steeds betere oplossingen te ontwikkelen voor klanten, gebruikers of patiënten, omdat daarin de bestaansreden van een bedrijf ligt. Portefeuille staat voor blootstelling aan langetermijngroei, waarbij de kasstroom van de holding de mogelijkheid en de verantwoordelijkheid geeft om over tijd meer te investeren dan historisch mogelijk was. Personen staat voor het aanstellen van de juiste besturen, die op hun beurt CEO's aanstellen met de juiste agenda en de juiste waarden, en met voldoende tempo in de uitvoering. Bij die laatste pijler wees Cederholm op de absolute prioriteit van een onbuigzame bedrijfscultuur:

"In een eeuwigdurend perspectief is er nooit een goed moment om op onze waarden in te leveren."

Christian Cederholm, President en CEO van Investor AB

Die houding sluit aan bij de nuchtere kostendiscipline waarmee de holding zichzelf bestuurt. Cederholm wees op de lage beheerkosten in verhouding tot de totale activa, omdat die efficiëntie de investerings- en dividendcapaciteit van de holding beschermt, en hij voegde daaraan toe dat de organisatie haar werkwijzen voortdurend blijft uitdagen, inclusief de inzet van AI om efficiënter te werken en over tijd betere beslissingen te nemen. Zijn samenvatting daarvan was: "We zijn trots, maar nooit tevreden."

Kapitaalallocatie en Patricia Industries als overnamemachine

Op de vraag in welke business area de holding richting 2030 het meest zal investeren, benadrukte Cederholm dat de holding geen vooraf vastgelegde verdeling tussen de drie divisies nastreeft, maar telkens kiest waar het kapitaal op dat moment het beste rendement belooft. De CEO houdt vast aan een heldere volgorde qua kapitaalallocatie. De eerste prioriteit is het ondersteunen en uitbouwen van de bestaande portefeuillebedrijven. De tweede is het handhaven van een gestaag stijgend dividend. De derde prioriteit is het actief zoeken naar nieuwe, op zichzelf staande platformbedrijven.

Hij wees erop dat een onevenredig deel van het geïnvesteerde kapitaal de afgelopen jaren naar Patricia Industries is gegaan, simpelweg omdat de holding daar de beste kansen zag, en dat de overnamepijplijn daar nog altijd sterk oogt. Patricia Industries vervult daarmee de rol van serial acquirer binnen de bredere holding, met de Nova Biomedical-transactie als grootste wapenfeit van het afgelopen jaar. De holding bewaart bewust financiële flexibiliteit, zodat zij haar bedrijven met kapitaal bij overnames kan blijven steunen en snel kan handelen wanneer zich een kans voordoet.

Tijdens het bedrijfsbezoek werd de kracht van deze kapitaalallocatie in ons gesprek met Dalhammar verder verduidelijkt. Hij legde uit dat Investor AB al ruim twintig jaar een minimale rendementsdrempel van 8% tot 9% over de gehele portefeuille hanteert, al ligt de lat voor nieuwe overnames binnen Patricia Industries aanzienlijk hoger. Het management ziet het liefst dat dochterbedrijven hun kapitaal zelfstandig herinvesteren. Bedrijven als Atlas Copco en ABB behalen een rendement op geïnvesteerd kapitaal van 15% tot 30% en herinvesteren dit grotendeels zelf. Binnen Patricia Industries financieren bedrijven zoals Laborie en Sarnova hun eigen overnames inmiddels volledig zelfstandig, zonder extra kapitaal van de holding te vragen.

De achterblijvers en het driestappenplan

Een terugkerend kritiekpunt op de holding is waarom zij tijd blijft besteden aan bedrijven die niet presteren zoals gehoopt, met Husqvarna en Electrolux als meest genoemde voorbeelden. Cederholm verdedigde het geduld vanuit de rol van langetermijneigenaar, die ook verantwoordelijkheid neemt en steun biedt wanneer het tegenzit. Hij wees op een combinatie van externe problemen bij beide bedrijven, zoals hardere concurrentie en moeilijkheden in de distributieketens in Noord-Amerika, naast zaken die intern beter hadden gekund.

Vervolgens verwees hij naar hetzelfde driestappenplan dat wij eerder dit kwartaal beschreven. Eerst moet er overeenstemming zijn tussen bestuur, directie en eigenaar over wat het probleem precies is. Daarna moet er een plan liggen om het te herstellen. Ten slotte moeten de juiste mensen op hun plek zitten in directie en bestuur om dat plan uit te voeren. Dezelfde aanpak geldt voor onderdelen binnen sterke bedrijven als Atlas Copco en Epiroc die niet op alle cilinders draaien.

"Soms gaat het snel en lukt het meteen. Andere keren duurt het helaas langer voordat het effect sorteert zoals we willen."

Christian Cederholm, President en CEO van Investor AB

Die nuchtere erkenning dat actief eigenaarschap meerdere pogingen kan vergen, onderscheidt de holding van een passieve indexbenadering en verklaart waarom de portefeuille ook minder presterende namen blijft bevatten zolang het herstelpad reëel is. Tijdens ons recente bezoek aan Investor bevestigde Dalhammar eveneens dat actief eigenaarschap in de genen van de holding zit en dat bij aanhoudende onderprestatie de volledige gereedschapskist opengaat. Hoewel de holding lang geduld toont, is er een uiterste grens. Uiteindelijk stelt Investor AB zichzelf altijd de harde vraag of zij nog steeds de beste eigenaar is voor een bedrijf. Pas als alle eigen middelen en interventies zijn uitgeput, wordt overwogen om een nieuwe thuisbasis voor de onderneming te zoeken.

Governance, beloning en duurzaamheid

Met het oog op skin in the game zijn wij gesteld op het beleid van de familieholding dat een bestuurslid na vijf jaar een aandelenbelang moet aanhouden ter waarde van minstens anderhalf jaar bestuursvergoeding vóór belasting, waarbij tot de helft van de vergoeding in synthetische aandelen kan worden ontvangen. Dat verankert de belangenparallel tussen bestuur en mede-aandeelhouders.

De voorgestelde aanpassingen aan het langetermijnbeloningsplan (LTVR) verhogen het plafond voor toekomstige variabele beloning en stemmen het plan voor Patricia Industries beter af op de Amerikaanse marktpraktijk. Een individuele aandeelhouder sprak zich uit tegen de complexiteit en het beperkte inzicht in deze programma's en pleitte voor een groter aandeel directe beloning. Wallenberg, tevens voorzitter van de beloningscommissie, verdedigde de variabele structuur met het argument dat alleen een vaste contante beloning geen prikkel creëert die meebeweegt met de prestaties van de holding. Een variabel plan zorgt er volgens hem voor dat medewerkers en bestuurders meer verdienen wanneer Investor het goed doet en minder wanneer dat niet zo is. Hij benadrukte daarbij dat de programma's nauw worden gevolgd en mede vormgegeven in overleg met grote institutionele aandeelhouders, en dat het toezicht dus niet uitsluitend bij de holding zelf ligt.

Investor scherpte eind vorig jaar eveneens zijn duurzaamheidsdoelen aan, inclusief expliciete circulariteitsdoelen, en bevestigt daarmee zijn voorlopersrol onder de Europese holdings op dit vlak.

De gehele aandeelhoudersvergadering, waarbij vooral de speech van Jacob Wallenberg de moeite waard is (Engels nagesynchroniseerd)

De voorzitter over een ongekend complexe tijd

Veel van de Investordialogen ging over de wereld waarin de holding opereert, en Wallenberg zette daarvoor de toon. Hij wees op vijftien opeenvolgende jaren waarin Investor de markt heeft verslagen en een hoger rendement leverde, een reeks die hij nadrukkelijk niet aan de holding zelf toeschreef maar aan het dagelijkse harde werk in de onderliggende bedrijven, dat hen telkens vooraan houdt. Binnen deze geopolitieke realiteit hecht hij juist daarom aan future-proofing, oftewel het tijdig begrijpen welke trends, sectoren en markten over twee, vijf en tien jaar bepalend zullen zijn.

"Iemand vroeg mij vlak voordat we hier binnenkwamen of ik ooit een zo gecompliceerde tijd heb meegemaakt. Mijn antwoord is nee, dat heb ik niet."

Jacob Wallenberg, voorzitter van de raad van bestuur

Wallenberg verbond die vaststelling aan de noodzaak om langetermijnbeslissingen te blijven nemen, over nieuwe fabrieken en nieuwe onderzoeksprogramma's, op een moment dat niemand weet hoe de dag van morgen eruitziet. Het is volgens hem een tijd die meer bezinning vraagt dan bestuurders gewend zijn, en tegelijk een tijd waarin sterke bedrijven hun positie verder kunnen versterken.

Europese concurrentiekracht en protectionisme

Wallenberg sprak over de huidige tijd van een wereld waarin de stabiliteit van de Wereldhandelsorganisatie en de vrijhandel waarmee zijn generatie opgroeide, hebben plaatsgemaakt voor protectionisme en polarisatie. Hij sprak van een vrijhandelsmodel dat grotendeels is verdwenen en van een nieuwe, protectionistische maatschappij als feitelijk gegeven.

Tegen die achtergrond pleitte hij voor sterkere samenwerking binnen de Noordse regio, de vijf landen Zweden, Denemarken, Noorwegen, Finland en IJsland, als platform voor een krachtiger Europese stem. Samen vormen die landen volgens hem de twaalfde economie ter wereld, een gewicht dat de regio beter zou moeten benutten. Daarnaast benadrukte hij het belang van toegang tot de Europese interne markt en van partnerschappen met regio's buiten Europa, met Mercosur en India als voorbeelden van recentere akkoorden.

Wallenberg drong verder aan op hogere investeringen in fysieke en digitale infrastructuur, in energie via kernenergie en windkracht, en in onderzoek en ontwikkeling op zowel bedrijfs- als universitair niveau. De trage en complexe vergunningsprocessen noemde hij een serieuze rem op de concurrentiekracht, een probleem dat zowel in Zweden als in de bredere EU speelt.

In het Zweedse verkiezingsjaar keerden zowel Wallenberg als Cederholm zich tegen voorstellen om de werktijd te verkorten en de wachtdag bij ziekte af te schaffen. Beiden zien daarin het verkeerde antwoord op de snellere concurrentie uit de Verenigde Staten en China. Wallenberg wees erop dat de Amerikaanse economie tussen 2008 en 2023 ruim 25 procentpunten groter is geworden dan die van de EU en het Verenigd Koninkrijk samen, en dat hogere ziekteverzuimcijfers en kortere werkweken die achterstand alleen maar vergroten.

Het Midden-Oosten en Iran

Op een vraag over het conflict in het Midden-Oosten en Iran plaatste Cederholm zijn antwoord opnieuw nadrukkelijk in het decentrale model, waarin elk bedrijf zijn eigen omstandigheden kent. Tot dusver zijn de directe verstoringen volgens hem beperkt gebleven, vooral rond logistiek en goederenstromen, zoals bleek uit de eerstekwartaalrapportages van de meeste bedrijven. Zonder snelle oplossing voorziet hij echter een bredere doorwerking. De olieprijs, oliederivaten zoals kunststoffen en de vrachtkosten lopen op, en die kosten zullen met een vertraging van een of meer kwartalen in de resultatenrekeningen van de bedrijven zichtbaar worden. Naast hogere kosten verwacht hij ook schaarste van bepaalde inputmaterialen, een effect dat op enkele terreinen al begint op te treden. Daarbovenop komt de druk op de vraag, omdat duurdere brandstof aan de pomp de toch al krappe bestedingsruimte van consumenten verder beperkt. Cederholm waarschuwde dat het balanceren van deze effecten veel werk zal vergen wanneer het conflict aanhoudt.

China als structurele uitdaging

Zowel Wallenberg als Cederholm besteedde opvallend veel tijd aan de opmars van Chinese concurrenten, die zij als een van de bepalende krachten voor de komende jaren beschouwen. Waar China vroeger vooral concurreerde op lage productiekosten en acceptabele kwaliteit, lopen Chinese bedrijven volgens beiden in steeds meer sectoren voorop in innovatie en in de snelheid waarmee zij nieuwe technologie opnemen en toepassen. Wallenberg maakte dat concreet aan de hand van de auto-industrie.

"In China kost het ongeveer anderhalf jaar om een nieuw model te ontwerpen tot het bij de klant ligt. In Duitsland duurt dat vier tot vierenhalf jaar, drie keer zo lang. De Verenigde Staten gaan sneller, China gaat sneller, en dat zijn onze twee grootste concurrenten."

Jacob Wallenberg, voorzitter van de raad van bestuur

Het antwoord van de holding is volgens Cederholm niet om een stap terug te doen, maar om in China zelf te kunnen concurreren met de scherpste spelers en de meest veeleisende klanten te bedienen. Om die reden reizen de besturen van Investor en Patricia Industries dit najaar samen naar China, met als praktisch doel om ter plekke van ondernemers, bestuurders en politici te leren hoe dat ontwikkeltempo wordt gehaald. Wallenberg benadrukte dat dit de realiteit is waarmee de portefeuillebedrijven zich dagelijks moeten verhouden.

AI als grootste verschuiving sinds de elektrificatie

Uiteraard kan het onderwerp artificial intelligence (AI) niet ontbreken. Cederholm noemde AI de grootste technologische verschuiving sinds de elektrificatie, met gevolgen voor de hele waardeketen van de portefeuillebedrijven, van onderzoek en ontwikkeling tot productie, verkoop en aftermarket, en voor de manier waarop AI de producten zelf verbetert.

Hij gaf concrete voorbeelden uit de portefeuille. Ericsson zet AI in om investeringen in en het beheer van mobiele netwerken te optimaliseren, en Sobi gebruikt AI modellen om nieuwe toepassingen voor bestaande medicijnen te vinden. Tijdens ons bezoek aan Investor benadrukte Dalhammar deze uiterst praktische insteek. Hij gaf aan dat Investor AB bedrijven niet in één keer wil transformeren, maar juist zoekt naar specifieke niches om AI gericht in te zetten.

Zo bracht hij persoonlijk onlangs vijf uur door met de financiële afdeling om te onderzoeken hoe AI de kwaliteitscontrole van de Zweedse en Engelse kwartaalrapportages kan borgen door te controleren of de versies exact overeenkomen en de cijfers kloppen. Binnen Patricia Industries wordt de technologie intensief ingezet in de verkooporganisatie. Verkoopteams typen voorafgaand aan een klantsessie de specifieke toepassing in en krijgen direct alle benodigde informatie op maat, in plaats van handmatig 50.000 pagina's aan productspecificaties door te moeten spitten.

Naast deze direct rendabele efficiëntieslagen noemde Dalhammar de R&D afdelingen van AstraZeneca en het configureren van de volgende generatie basisstations door Ericsson als gebieden waar de inzet van AI vrijwel onbegrensd is. Volgens Cederholm is de technologie zelf doorgaans niet de beperkende factor, maar de eigen innovatie en veranderbereidheid van de organisaties. Hij plaatste zichzelf nadrukkelijk in het kamp van de technologieoptimisten en stelde dat er per saldo meer kansen dan risico's zijn, al erkende hij vraagstukken rond governance en de keuze waar een mens in de besluitvorming betrokken moet blijven.

"Het maakt eigenlijk niet uit wat je van AI vindt, want als wij het niet doen, doet iemand anders het wel."

De familie Wallenberg heeft samen met Nvidia het bedrijf Sferical AI opgericht om middels een soevereine AI supercomputer de Zweedse concurrentiekracht in het AI tijdperk te versterken. Op de foto: Marcus Wallenberg en Nvidia CEO Jensen Huang

De rol van de holding als betrokken eigenaar is volgens hem om via de besturen aan te dringen op stevige investeringen en echte stappen, zodat de bedrijven sterker uit deze verschuiving komen. Wallenberg scherpte het belang daarvan verder aan.

"Ik geloof dat dit voor ons een overlevingsvraag is. Wie als ondernemer niet meebeweegt en de trein mist, haalt die achterstand nooit meer in."

Jacob Wallenberg, voorzitter van de raad van bestuur

Cederholm voegde toe dat de bedrijven in hun kwartaalrapportages zichtbaar verschuiven van experimenteren met AI naar concrete vragen over omzetkansen en efficiëntieverbeteringen. Op een aandeelhoudersvraag over AI-kennis binnen het bestuur erkende hij dat dit een van de grootste uitdagingen is en dat slechts weinig mensen de benodigde kennis bezitten. Ongeveer een derde van het bestuur brengt enige achtergrond in AI mee, en bestuursleden volgen trainingsprogramma's, vaak samen met het senior management. Wallenberg wees er daarbij op dat de sterke werkgeversmerken van Investor en zijn bedrijven helpen om ook in deze schaarse en sterk gevraagde vakgebieden talent aan te trekken.

Europese soevereiniteit en de relatie met de VS en China

Een zeventienjarige aandeelhouder vroeg hoe Europa soeverein kan blijven, bijvoorbeeld op het gebied van AI, terwijl het leunt op infrastructuur die buiten Europa wordt beheerd. Wallenberg noemde het een uitstekende en relevante vraag en gaf een uitgesproken antwoord. Hij vindt dat de EU te ver is doorgeschoten in de regulering van AI, wat de ontwikkeling afremt terwijl de Verenigde Staten en China sneller gaan, en hij pleit liever voor sterkere prikkels voor snelle ontwikkeling dan voor strengere regels, zodat Europa op gelijkere voet kan concurreren.

Tegelijk maakte hij een scherp onderscheid tussen het oordeel over een individuele president (waarbij het duidelijk over Trump ging) en de langetermijnrelatie tussen naties, die hij als veel duurzamer beschouwt. Een goede band met de Verenigde Staten acht hij fundamenteel, en hij verwees naar de tussen Zweden en de VS getekende, niet-juridisch bindende intentieverklaring Pax Silica, die een open uitwisseling van technologische ontwikkeling tussen beide landen beoogt. Dezelfde lijn trok hij door naar China, waar volgens hem een wederzijdse afhankelijkheid een werkbare relatie vereist, met behoud van het recht om op punten als mensenrechten voor de eigen waarden op te komen.

Ruimtevaart en waterstof

Op een vraag over ruimtevaarttechnologie, mede ingegeven door de Chinese investeringen op dat terrein en de zorg dat Zweden achterblijft, wees Cederholm op Ericsson. Het bedrijf beschikt volgens hem over tienduizenden satellieten in een lage baan om de aarde, waarmee het inmiddels wereldwijde dekking voor satelliettelefonie kan bieden die gekoppeld kan worden aan het netwerk op aarde. Hij noemde dit een terrein waarop niet alleen in China en de Verenigde Staten, maar ook in Europa en de Noordse regio veel gebeurt.

Hierbij gaat het specifiek om de integratie van satellietcommunicatie met grondgebonden mobiele netwerken, ook wel Non-Terrestrial Networks genoemd. Deze technologische ontwikkeling stelt Ericsson in staat om wereldwijd stabiele connectiviteit te leveren in buitengebieden waar traditionele telecominfrastructuur ontbreekt, wat een cruciale rol speelt in de mondiale concurrentiestrijd.

Op een vraag over waterstof als aanvulling op de Zweedse energievoorziening was Wallenberg afhoudend. Hij wees op de hoge kosten, de lage efficiëntie, het moeilijke transport en de hoge risico's van het omzetten van water naar waterstof als energiedrager. De aanzienlijke energieverliezen bij de productie en de complexiteit van de distributie zorgen ervoor dat grootschalige toepassingen vooralsnog uitblijven.

"Op dit moment zien wij waterstof niet als een levensvatbaar alternatief voor de andere opties die we al hebben."

Jacob Wallenberg, voorzitter van de raad van bestuur

Voor de Zweedse energievoorziening wees hij in plaats daarvan op kernenergie en offshore windenergie als de opties die nu werken en operationeel beschikbaar zijn. Deze bronnen bieden direct inzetbare en stabiele capaciteit voor de Zweedse industrie. Waterstof zou volgens hem op termijn een rol als energiebuffer kunnen spelen, maar die toekomst is nog niet in zicht.

Conclusie

De aandeelhoudersvergadering bevestigde het profiel van Investor AB als de ultieme familieholding. Het Wallenberg-anker ligt sinds 1917 vast, het bestuur is conservatief met lage beheerkosten en het gelijkgestelde belang met externe aandeelhouders (wat wij skin in the game noemen) is stevig verankerd. De waardecreatie komt aantoonbaar uit de winstontwikkeling van de onderliggende bedrijven. Al deze aspecten resulteren in een indrukwekkend track record, waarbij de beurs al vijftien jaar op rij wordt verslagen qua performance. Voor ons illustreert dit ecosysteem het perfecte owner-operator model. Het structureel afschermen van managementteams tegen de korte termijn waan van de beurs stelt deze bedrijven in staat om kwartaalkapitalisme te negeren en uitsluitend te sturen op compounding over een termijn van decennia.

Tegelijkertijd teert de familieholding niet enkel op het verleden, getuige ook de belangrijke focus op wat Investor AB future-proofing noemt, oftewel het toekomstbestendig maken en houden van de portefeuille. Het management anticipeert actief op structurele uitdagingen zoals de Chinese concurrentie en de AI revolutie, getuige de bestuursreis naar China en de nadruk op stevige AI investeringen. De holding combineert daarmee een bewezen gedecentraliseerd eigendomsmodel met een realistische blik op een ontwrichte geopolitieke en macro-economische werkelijkheid. De conservatieve balans en operationele flexibiliteit zorgen ervoor dat Investor AB juist kan profiteren van schokken, door tegen de stroom in kapitaal aan het werk te zetten.

De continuïteit die het controlerende eigendom van de familie Wallenberg al meer dan 100 jaar verzorgt, is in de huidige onrustige tijden een baken van rust. Wij concluderen dat Investor AB met recht een van de ankerposities in de Tresor Capital Familieholdingportefeuille heeft verdiend.

Investor AB wordt momenteel aan de beurs van Stockholm verhandeld op een koers van SEK 380 per B-aandeel.