‘De beurs is teamwork, je moet leren van elkaar’

VFB is een nieuw erelid rijker. Reynold Van den Weghe bereikte in september de gezegende leeftijd van honderd jaar. Hij is daarmee vermoedelijk ons oudste en dus ook ons wijste lid. Zoveel beleggerservaring, dat kunnen we niet onbenut laten. We trokken naar het Oost-Vlaamse Zulte voor een lunch met de verbazend scherpe eeuweling, werden hartelijk ontvangen door de halve familie, en tekenden een bijzonder verhaal en vooral veel beleggerskennis op.

De beleggersmicrobe kreeg Reynold te pakken van zijn moeder. Ester Debusseré was een zakenvrouw die het familiebedrijf mee leidde en later, in de jaren vijftig, de eerste vrouwelijke burgemeester werd van het dorp Olsene, nu een deelgemeente van Zulte.

In Reynolds jeugd – we spreken over de vooroorlogse periode – was er in de wijde omgeving geen bankfiliaal. De bankier kwam dan maar met de fiets naar hun huis om aandelen te bespreken “bij een koffie en een pateeke”.  “Mijn moeder las altijd L’Echo de la Bourse, de enige krant waar je het beursnieuws kon volgen, en wist er wellicht meer van dan de man van de bank”, haalt Reynold herinneringen op. Als jonge knaap luisterde hij gretig mee. “Wij waren met zes thuis. Mijn broers kon het niets schelen, maar mij heeft de beurs altijd gefascineerd.”

Naar Amerika

Als jonge twintiger trok Reynold vlak na de oorlog voor acht maanden naar Amerika met de Red Star Line “om er de stiel te leren”. De familie maakte vilt van de pels van onder meer konijnen. “Mijn grootouders verkochten konijnenvlees, maar begrepen dat er geld te verdienen viel met de vacht die werd weggegooid”, klinkt het ondernemersverhaal. Zijn grootvader trok als eerste naar de Verenigde Staten om er zaken te doen. Drie nonkels maakten later permanent de grote oversteek. “Ik sprak toen nog geen woord Engels en hield een klein woordenboekje op zak”, lichten zijn ogen op bij de herinneringen aan zijn avontuur.

Reynold houdt er een eeuwige voorliefde voor de VS aan over. Hij proefde er de dynamiek en de ondernemersgeest die de Amerikaanse economie vooruit stuwden. Ook nu nog heeft hij een uitgesproken voorkeur voor Wall Street boven de Brusselse beurs. “Bedrijven worden daar veel groter. Hier beweegt er niet zoveel.”

"Technische analyse gaat samen met fundamentele analyse. Ze kunnen niet zonder elkaar."

Bij zijn terugkeer uit de VS blies Reynold het familiebedrijf, dat vernield was door de oorlog, nieuw leven in. Hij investeerde in nieuwe machines en als eerste in Vlaanderen in een waterzuiveringsstation. Het bedrijf bloeide en telde op het hoogtepunt 49 werknemers. “Vanaf vijftig mensen moest je een vakbond toelaten. Dat wilde ik liever vermijden”, lacht hij aanstekelijk.

Systeem

In de jaren vijftig begon Reynold zijn beleggerscarrière op moeders wijze, met een bankier die geregeld aan huis kwam. “Hij kwam graag naar hier, want hij werd goed onthaald.” Ook Reynold volgde alle bedrijfsnieuws op via de voorloper van L’Echo, de Franstalige zusterkrant van De Tijd. “Meer was er gewoon niet.”

Dat veranderde met de komst van het informatietijdperk. “Ik had ergens een systeem gezien dat op basis van grafieken werkte. Ik dacht meteen: dat moet ik ook hebben”, schets Reynold hoe zijn aanpak evolueerde. Vandaag is hij nog altijd nog geabonneerd op TransStock, de beleggingssoftware van Paul Gins, een van de vaste auteurs in dit magazine. En hij is nog altijd overtuigd van de waarde van technische analyse. “Die heb je nodig. Technische analyse gaat samen met fundamentele analyse. Ze kunnen niet zonder elkaar.”

In zijn weinige vrije tijd stelt Reynold, die pas met pensioen ging op zijn 92ste om voor zijn zieke vrouw te zorgen, lijsten samen met daarin de actuele cijfers van bedrijven. Onder meer hun cashpositie, de schulden, de winstmarge, de koers-boekwaarde- en koers-winstverhouding houdt hij bij. Op basis van die cijfers komt hij tot wat hij zijn ‘stars list’ heeft gedoopt. Het zijn voornamelijk Amerikaanse aandelen, goed voor 250 namen. “Er zijn duizenden aandelen. Daarvan zijn er hoogstens 600 koopwaardig. Je moet goed opletten met wat je koopt”, klinkt het stellig.

Vervolgens wordt die voorselectie geregeld aan een technische analyse onderworpen op basis van allerlei grafieken, zoals het 9-daagse, het 15-daagse tot het 200-daagse gemiddelde. Ook draaitabellen en allerlei grafieken over het handelsvolumes worden ingezet om het ideale instapmoment te helpen bepalen. Zijn systeem is het resultaat van jaren opzoekwerk. “Ik zou graag weten hoe andere beleggers hun systeem samenstellen”, klinkt het nieuwsgierig.

Familieclub

De familie haalt graag herinneringen op aan de beleggershobby van hun vader en grootvader. “Terwijl de kleinkinderen in de zomer op het strand zaten te spelen, was bompapa altijd op zijn computer bezig. Alles volgde hij op”, vertelt een van de twee dochters.  

Reynold heeft zijn familie net niet tot een officiële beleggingsclub uitgeroepen. “Om de drie maanden organiseerde hij een bijeenkomt bij hem thuis, waar een vijftiental familieleden de koppen samen stak om de portefeuille en de beurs te bespreken”, vertelt kleindochter Céline. “Zijn hoofddoel was ons bewust te maken van het belang van de beurs en ervoor te zorgen dat we mee waren met wat speelt in de wereld.”

"Er zijn duizenden aandelen. Daarvan zijn er hoogstens 600 koopwaardig."

Voor onze komst staat een groot scherm op de kast, dat is aangesloten op de laptop. Daarop overloopt Reynold een aantal van zijn favoriete technische parameters en wat die hem vertellen over een aandeel. “Jullie zouden toch allemaal moeten weten hoe deze lijnen werken”, werpt hij zijn familieleden toe. Vandaag delen vooral kleindochter en kleinzoon de interesse van hun grootvader. “Hij heeft altijd oog voor de tendensen in de wereld”, bewondert Emilie haar grootvader. “Toen weed gelegaliseerd werd in de VS, was hij bijvoorbeeld de eerste om te zeggen: dat moeten we doen.”

Gouden raad

In zijn jaren als actieve belegger vielen er talloze beleggersbladen en economische magazines in de bus. Vooral Amerikaanse titels zoals Forbes en Newsweek, en de zakenzender CNBC stond bijna altijd op. Ondertussen zijn de meeste abonnementen opgezegd. Enkel deze Gids voor de Beste Belegger leest hij nog trouw. In het vorige nummer zijn een aantal cruciale passages in het interview met Umicore-ceo Bart Sap onderlijnd.

Zo blijft Reynold kennis en ervaring over beleggen en de beurs vergaren. En nog belangrijker voor een VFB’er in hart en nieren, hij blijft die ook delen. Bijna dagelijks mailt hij de familie zijn inzichten in de beurs en de wereldpolitiek. De beenhouwer, de bloemist en nog wel wat mensen uit de streek staan in cc. “Ze kwamen mij vaak om advies vragen. Ik had er beter geld voor gevraagd.” Het is als grap bedoeld, want daarna voegt hij toe: “Voor mij is de beurs teamwork. Je moet leren van elkaar.”

In een ander leven had hij misschien toch professioneel adviseur willen worden. “Tegenwoordig zet je gewoon eender waar je computer aan, en je kan beginnen. Ik had dat dus kunnen doen vanuit Barbados”, lacht hij. Voorlopig geeft hij zijn advies vooral van aan de keukentafel in Zulte. Een kleine bloemlezing uit een gezellige lunch: “Visa moet je nooit verkopen; goud kan nog verder stijgen en koop je het best fysiek in kleine munten of juwelen, zodat je het in nood kan gebruiken; de bitcoin is bedrog; en in China en India kan je beter niet beleggen.”

Bij het afscheid krijgen we ook nog het recept om zo oud te worden en vooral zo scherp te blijven als ons meest ervaren lid. Wat vitaminen bijnemen, niet te veel water – daar zit geen smaak in – en honing in plaats van geraffineerde suiker. En het voornaamste, de beurs natuurlijk.