Handleiding voor Beleggingsclubs

Handleiding voor VFB-beleggingsclubs

Inhoudstafel

  1. Inleiding

1.1.        Rond de tafel

1.2.        Kennis én winst

 

  1. Een club oprichten

2.1.        Hoe begint men er aan?

2.2.        VFB@ your service

 

  1. De eerste stappen

3.1.        Praktische elementen

3.2.        Aan het werk

3.3.        Bronnen van informatie

 

  1. De clubstructuur

4.1.        Hoeveel leden kan de club verenigen?

4.2.        Hoeveel dragen de leden bij?

4.3.        Structuur van een club

4.4.        Het herverkiesbaar stellen van de Raad

  1. Het beheer van de club

5.1.        Juridische vorm

5.2.        Modelagenda van een clubvergadering

5.3.        Nieuwe clubleden toelaten

  1. De winst

6.1.        Inventariswaarde

6.2.        Praktisch uitgewerkt voorbeeld

6.3.        Het punt

6.4.        Het berekenen van onze opbrengst

 

  1. Besluit


  

1.Inleiding

1.1.       Rond de tafel

Elke maand verzamelen honderden leden van beleggingsclubs rond de discussietafel om samen de polsslag van de economie te voelen. Zij brengen hun eigen ideeën en kennis in en verzamelen financiële documentatie.

Gemeenschappelijke belangstelling brengt de leden in de clubs samen. Het zijn mensen van alle leeftijden, mensen met uiteenlopende beroepsactiviteit, maar met dezelfde bekommernis: op de meest adequate manier meespelen in het beursgebeuren dat mee het leven in de bedrijven bepaalt.

Met een kleine maandelijkse persoonlijke financiële inbreng (die vooraf vastligt en afgesproken is) leren de leden op een praktische manier beursverrichtingen uitvoeren en een portefeuille aandelen (en andere financiële producten) beheren in functie van de wisselvalligheden van de beurs.

De veelheid van bereikbare informatie gekoppeld aan de enorme snelheid waarmee de financiële wereld evolueert en de invloed van de globalisatie hebben het beursgebeuren voor de modale man of vrouw een stuk ingewikkelder gemaakt. Goede raad, het gebruiken van het gezond verstand en gezamenlijk onderzoek zijn dan ook van goudwaarde.

1.2.       Kennis én winst

Winst is in de club aardig meegenomen, maar dat is niet het eerste doel. Het rendement (in verhouding tot een gekozen index) is wel de barometer hoe ver men gevorderd is met de beurskennis. De leden willen vooral kennis vergaren: over de soms grillige beursgeplogenheden, over het beleid in de bedrijven en dan niet alleen de beursgenoteerde, over de gang van het economische leven vlakbij en in de rest van de wereld, over het reilen en zeilen in de verschillende sectoren van het industriële leven, m.a.w. alles wat zijn weerslag heeft op de evolutie van de beurs.

Hoe meer men weet, hoe beter het resultaat zal worden in de club. En aangezien de besprekingen in de club ook een basis mogen vormen voor de eigen particuliere beleggingsstrategie zal ook persoonlijk een mooi resultaat worden geboekt. Kennis en studie renderen dus dubbel.

Men kan de werkzaamheden van de beleggingsclub een intellectuele oefening noemen om het economische leven te doorgronden.

  1. Een club oprichten

2.1.       Hoe begint men er aan?

Als individu is het niet altijd gemakkelijk om lid te worden van een bestaande club.

We leggen uit waarom: Als enkeling heeft men meestal twee mogelijkheden:

–            instappen bij een bestaande beleggingsclub, eventueel via bemiddeling van VFB

–            met een aantal gelijkgezinden zelf een club opstarten

De toetreding tot een bestaande club heeft een aantal voordelen maar ook een aantal nadelen. Nadelen:

–            Meestal is de club een vriendenclub geworden. Het zal dus enige tijd duren vooraleer je volledig geïntegreerd bent.

Veel hangt natuurlijk af van de eigen ingesteldheid en de clubgeest.

–            Indien de club reeds geruime tijd bestaat, kan het instapbedrag vrij hoog zijn.

Voordelen:

–            Vooraleer zich te verbinden aan een club kan men een club “selecteren” aan de hand van zijn eigen wensen en noden door het bezoeken van enkele clubs.

–            In een club bestaat reeds een structuur, zodat geen tijd moet gespendeerd worden aan organisatorisch papierwerk.

–            Voor het instapbedrag krijgt men een mooi gespreide portefeuille aandelen.

Indien men toch zelf een nieuwe club wenst op te starten, gebeurt dit gewoonlijk samen met een tiental belangstellenden. De Vlaamse Federatie van Beleggers is u daarbij behulpzaam. Een effectenmakelaar of een specialist bij de bank kan soms ook nuttig zijn bij de opstart van een club. De rest is eigen creativiteit en ondernemingszin.... Zoals een heus bedrijf.

2.2.       VFB @ your service

De Vlaamse Federatie van Beleggers kan helpen bij de oprichting van een nieuwe club of bij het zoeken naar een club die nog leden opneemt. Basisstatuten zijn beschikbaar voor het opstellen van eigen clubstatuten.

De VFB ondersteunt blijvend de clubs en is een informatieplatform voor clubs en clubleden.

Op regionale samenkomsten wordt fundamentele toelichting gegeven over een aantal beleggingsonderwerpen. Bij kapitaalverhogingen en beursintroducties richt de VFB infoavonden in,  in aanwezigheid van de betrokken ondernemingen.

Tijdens de VFB-bedrijfsbezoeken leert men het inwendige leven van de bedrijven kennen en heeft men rechtstreeks contact met de bedrijfsleiding.

Bedrijven verspreiden hun eigen documentatie bij de clubvoorzitters en leden via de VFB (o.a. via de persberichtenservice). Via de website van vfb (www.vfb.be) hebt u toegang tot de vfb-analistenrapporten, aandelenstudies, Macro-economisch nieuws en tot de VFB-bedrijvenfiches.

In de lente organiseert de VFB haar ‘Happening’ met voordrachten door ceo’s en cfo’s van beursgenoteerde bedrijven, workshops …

In de herfst is de “Dag van de Tips”, waar vooral veel aandelentips te rapen vallen. VFB tracht zoveel mogelijk algemene vergaderingen van beursgenoteerde bedrijven bij te wonen.

Maandelijks (10 keer per jaar) verschijnt de “VFB-Nieuwsbrief” voor alle leden met het laatste nieuws uit onze federatie en (alweer) specifieke informatie over beursgenoteerde bedrijven, interviews met ceo’s, aandelenstudies, macro-economische vooruitzichten.

Regionale verantwoordelijken brengen desgewenst clubs samen voor uitwisseling van ervaringen.

De VFB tracht voor de leden gunsttarieven te bekomen op publicaties en andere beleggingsmiddelen. Via de wekelijkse E-flash brengt de VFB- leden op de hoogte van nieuwe evenementen, nieuwigheden op de site…

Voor elk groot congres wordt een E-Nieuwsbrief opgemaakt die elektronisch wordt verstuurd.

  1. De eerste stappen

3.1.       Praktische elementen

Vooraleer men een club opstart, neemt men het best contact op met VFB, die de nodige bijstand kan verlenen bij de start van een club.

Om de drempelvrees bij beginnelingen weg te nemen, is het meer dan wenselijk dat een ervaren VFB-belegger of een professioneel in de beginfase de vergaderingen bijwoont en er bij de opstart vaak aan het woord komt. Hij kan uit ervaring de gang van zaken op de beurs en in een club toelichten zodat nieuwe clubleden zich stilaan gaan thuis voelen in hun nieuwe omgeving. Hij/zij zal vooral beklemtonen dat er op de beurs geen onfeilbare profeten of methodes bestaan, alle zogenaamde goeroes ten spijt. Soms worden immers zelfs zeer gestaafde verwachtingen door de feiten achterhaald.

Gaandeweg worden kennis en wetenschap van het beleggen steeds dieper benaderd. Vennootschappen worden geëvalueerd en ratio’s worden bekeken.

“Al doende leren” blijft de stelregel. Met de bijeengebrachte informatie leert men de analysemethoden toepassen. Het economisch beeld van een bedrijf of een sector wordt hierdoor heel wat scherper zodat mogelijke struikelstenen kunnen worden vermeden bij een belegging.

De sectoren op de beurs en andere beleggingsmarkten kunnen onder de leden worden verdeeld. Elk lid moet de hem/haar toevertrouwde sector grondig bestuderen, er documentatie over verzamelen en het koersbeeld volgen, zodat men met de beste informatie op de volgende vergadering de clubleden kan inlichten en een beleggingsvoorstel kan indienen of afraden.

Het is vrij belangrijk dat de club een vriendenkring wordt van mensen met een aantal ongeveer gelijklopende levensopvattingen. Een grote verscheidenheid in de beroepen van de leden is vaak een groot voordeel, omdat men op die manier beleggingsmogelijkheden uit diverse gezichtsvelden kan beoordelen. Het is een fabeltje dat clubs die louter uit financieel geschoolde leden bestaan betere resultaten halen dan andere clubs.

In kleinere clubs kunnen ervaringen vlotter uitgewisseld worden. In grotere clubs kan dan weer meer kennis aangebracht worden, op voorwaarde dat de voorzit(s)ter de nodige discipline handhaaft. Zo is de regelmatige aanwezigheid van alle leden vereist om hiaten in de kennisoverdracht te vermijden.

Een beslissing tot aan- en verkoop kan bij eenvoudige meerderheid genomen worden. Beter is nog dat er voldoende argumenten aangevoerd worden om tot volledige unanimiteit te komen bij een beleggingsbeslissing zodat niet hoeft gestemd te worden. De club kan ook eigen beslissingsregels opstellen, zoals 2/3 meerderheid, unaniem ...

Het is aangewezen dat enkele clubleden volmacht krijgen om tussentijds bepaalde dringende beslissingen te nemen, waarover dan uitvoerig verslag moet worden uitgebracht op de volgende vergadering.

Studie over de beurs en de bedrijven is de eerste opdracht, maar goede resultaten moeten er het gevolg van zijn. Dat komt de verstandhouding in de club ten goede. En uiteraard ook de eigen beleggingen achteraf.

3.2.       Aan het werk

Nog maar eens herhalen dat de eerste taak van de club van opvoedende aard is. De leden leren er praktische methodes voor het beheer van portefeuilles van roerende waarden, en doen daarmee zelf ervaring op voor de eigen portefeuille.

De financiële middelen voor het samenstellen van de portefeuille komen uiteraard uit de maandelijkse bijdragen van de leden, die ook gezamenlijke beslissen over de wijze van beleggen. De beslissingen worden genomen tijdens de maandelijkse vergadering (of tussentijds indien nodig). Een beslissing is eigenlijk de resultante van de kennis en ervaring van de clubleden en de informatie die werd aangereikt binnen een club.

Die ervaring zal aanvankelijk eerder gering zijn en dient aangevuld met de raadgevingen van de adviseur. De te beleggen bedragen zijn op dat ogenblik ook nog niet zo groot. Dus ‘klein en al doende leren’ is het motto. Een misstap is dan ook niet uitgesloten. Een niet-rendabele of verlieslatende belegging moet intern grondig geanalyseerd worden om te weten waar het verkeerd liep :

  • Zelf onvoldoende info opgezocht?
  • De informatie van het bedrijf is onvoldoende geanalyseerd
  • We hebben ons laten meeslepen met het beurssentiment of het gevoelssentiment rond een aandeel.
  • Het bedrijf heeft onjuiste informatie verstrekt.

...

 

De algemene stelregel voor elke club moet zijn:

  • Beleggen, welke ook de markttrend is.
  • De dividenden en gemaakte winst herbeleggen!

 

Vertaald zou dat willen zeggen: ‘tegen lage prijs kopen en tegen hoge prijs verkopen’. Dit is evident maar in de praktijk niet altijd even makkelijk. Men mag zich dus niet te licht laten verleiden om te kopen bij stijgende koersen, of te verkopen bij een dalende trend. Men moet de redenen van die bewegingen kennen en doorgronden. Als een aandeel niet aan de verwachtingen voldoet, kan het nuttig zijn te verkopen en zijn verlies erbij te nemen, om aldus geld te hebben voor een effect met stijgingspotentieel ...

Er komt een boel kennis bij te pas, om te beginnen met eenvoudige begrippen zoals afschrijving, omzet, cashflow, winst per aandeel, en dergelijke. Het lijkt technisch, maar het is de noodzakelijke toegang tot de financiële informatie, die men met mondjesmaat van de vennootschappen krijgt.

3.3.       Bronnen van informatie

Men zal vlug leren dat beursgenoteerde bedrijven soms karig zijn met hun informatie over het reilen en zeilen van hun firma’s. Er is wel de wet op de jaarrekening, maar dit ‘verslag’ verschijnt helaas wel eens met vertraging, al verschilt dit sterk van bedrijf tot bedrijf. De jaarlijkse financiële verslagen moeten verschijnen uiterlijk binnen de vier maanden na het afsluiten van het boekjaar, het halfjaarlijks financieel verslag uiterlijk binnen twee maanden na afloop van de verslagperiode. Waar haalt men dan de gegevens? Men verovert informatie via de vennootschappen zelf (aandringen maar!), via de door banken verspreide informatie, steeds meer ook in de financiële rubriek van de kranten, via internet, en vooral in de gespecialiseerde pers en de beleggingsbladen.

Het internet is tegenwoordig een niet meer weg te denken bron van informatie. Het aantal beleggingssites is legio. Nieuwsberichten en jaarverslagen vind je vaak heel gemakkelijk terug via de bedrijfswebsite. Beleggingsinformatie die in enorme hoeveelheid wordt aangeboden via internet houdt echter ook de nodige risico’s in. Soms verschijnt er op zijn minst onjuiste informatie. Het gebeurt immers meer dan je denkt dat verkeerde info via het internet wordt verspreid om beurskoersen te manipuleren. De nodige omzichtigheid met geponeerde visies en beleggersinformatie via het worldwide web is dan ook geboden.

Beleggen - en dat wil ook zeggen: evalueren van wat men nog in portefeuille heft - wordt aldus een boeiende bezigheid, want buiten het beleggen leert men ook een rits wetenswaardigheden over het leven van de onderneming, die de hartslag aangeven van onze economie.

Terloops dit nog : er komen steeds meer dreigende berichten over de betaalbaarheid van de toekomstige pensioenen. Een extra spaarpotje hiervoor aanleggen, is dus eerder en noodzaak geworden dan een opportuniteit. En aangezien dit appeltje voor de dorst typisch een langetermijninvestering is, zal kennis over aandelen en de aandelenmarkt ook hiervoor kunnen renderen.

  1. De clubstructuur

4.1.         Hoeveel leden kan de club verenigen?

Elke club is daarin vrij, doch meer dan twintig leden is af te raden. Het beheer van een club met minder dan twintig aanwezige leden blijft overzichtelijk en men ontkomt aan het gevaar van eindeloze praatvergaderingen zonder enig besluit of meerwaarde naar kennis toe.

4.2.         Hoeveel dragen de leden bij?

Meestal wordt bij de oprichting een eerste (grotere) bijdrage geleverd om de start mogelijk te maken. Een eenmalige bijdrage van 250 euro tot 1.000 euro stelt de club reeds in staat om rustig enkele aandelenposities te nemen.

Daarenboven betalen de leden hun maandelijkse bijdrage, die meestal varieert tussen de 25 en 50 euro. Om het administratieve werk van de club te beperken, is het aangeraden om deze maandelijkse inbreng via een doorlopende opdracht te laten verlopen.

Grotere bedragen zijn uiteraard mogelijk, maar men moet toch rekening houden met de draagkracht van elk lid. Die stortingen blijven natuurlijk het gemeenschappelijk bezit van alle clubleden. Het aanvangskapitaal is liefst niet te omvangrijk, wanneer de kennis van de beurs nog niet zo groot is.

Bijna alle clubs voorzien een kleine afzonderlijke bijdrage in een speciale onkostenkas ter dekking van noodzakelijke kleine kosten. (fotokopieën, verzendingskosten, huur lokaal, aansluiting bij VFB, hapje en drankje bij de vergadering,....

4.3.         Structuur van een club

Binnen een club wordt een bestuur (voorzitter, secretaris en penningmeester) gekozen door de leden. Dit bestuur (ook wel ‘de raad’ genoemd) zorgt ervoor dat de clubwerking op een ordentelijke en correcte manier gebeurt. De raad is verantwoordelijk voor het nemen van initiatieven ter bevordering van de kennisverwerving en de clubgeest. We beschrijven hierna een aantal kerntaken van de bestuursleden:

De voorzitter

Hij/zij zal als hoofd van het bestuur en van de club, de club leiden als een goede huisvader.

Hij zal de vergadering sturen en toezien op het goede verloop ervan. De voorzitter zal optreden als organisator en de initiatieven nemen die hij nodig acht voor de goede werking van de club. Hij verdeelt de taken onder de leden, doet voorstellen over bepaalde studieonderwerpen en stimuleert de groep. Op tijd en stond nodigt hij gastsprekers uit, regelt hij een bedrijfsbezoek of organiseert hij een andere activiteit.

Het is niet de bedoeling dat deze persoon altijd het woord voert of een overheersende rol speelt binnen de club. Het belangrijkste is dat hij ervoor zorgt dat iedereen aan bod komt. Hij moet aan de basis liggen van een goed onderling contact tussen de leden en moet er voor zorgen dat er een goede dialoogvorming is.

De ondervoorzitter

Zijn voornaamste taak is het bijstaan van de voorzitter. Bij afwezigheid van de voorzitter zal deze persoon al zijn taken overnemen.

De secretaris

Deze persoon staat in voor al wat tot de administratie van de club behoort, zoals onder meer het verzenden van uitnodigingen naar de leden en het verspreiden van informatie over activiteiten. Hij zorgt voor een maandelijks verslag over de vergadering en houdt alle nota’s bij. Hij zorgt voor alle berichtgeving tussen de leden en het bestuur.

Het aanschrijven van andere clubs, het aanvragen van bedrijfsbezoeken, het inwinnen van informatie over bedrijven (jaarverslagen enz) behoren tot deze externe activiteiten.

De aanwezigheden of afwezigheden en de stemming (het aantal voor of tegenstemmen) wordt zorgvuldig bijgehouden en door hem opgevolgd.

Bij wanbetaling door één van de leden schrijft hij een aanmaningsbrief waarin hij oproept tot betaling.

De ondersecretaris

Zijn voornaamste taak is het bijstaan van de secretaris. Bij afwezigheid van de secretaris neemt de ondervoorzitter de taken over.

De schatbewaarder of penningmeester

Hij voert de beursorders uit zoals deze hem werden opgedragen en verzorgt de briefwisseling met de bank. Hij staat in voor de boekhouding van de bijdragen en eventuele boetes, alsook de administratie van de onkosten.

Maandelijks geeft hij een overzicht van de financiële situatie van de club, maakt hij een verslag op en legt dit voor op de vergadering.

4.4.         Het herverkiesbaar stellen van de raad.

Het is van uitzonderlijk belang dat ook gewone clubleden de kans krijgen om een andere functie te gaan uitoefenen binnen de club. Het vernieuwen van het bestuur kan nieuwe dynamiek brengen binnen het clubgebeuren. Vandaar dat het raadzaam is dat de raad op regelmatige tijdstippen (meestal jaarlijks) democratisch (her)verkozen wordt uit de bestaande clubleden. Het bestuur is er voor de leden en niet omgekeerd!

5.Het beheer van de club

5.1.         De juridische vorm

De club is een onverdeeldheid. Zuiver wettelijk bestaat ‘de club’ dus niet. De effecten die aangehouden worden in clubverband zijn, via een onverdeeldheid, verhoudingsgewijs eigendom van elk clublid.

5.2.         Modelagenda van een clubvergadering

Een agenda binnen een club verschilt nogal grondig van club tot club en verandert ook in de tijd, maar we geven hierbij een voorbeeld:

–             Verwelkoming + mededelingen van de voorzitter (activiteiten, contacten met de VFB, ontslag van een lid,

voorstelling kandidaat lid...).

–             Opnemen aanwezigheden door de secretaris

–             Interclub beurspel (Clubinitiatief waarbij de leden zich met mekaar meten in een virtuele aandelenportefeuille).

–             Verslag secretaris en van de penningmeester, de verhandelingen, de toestand van de portefeuille.

–             Bespreking aandelen in portefeuille

–             Voorstelling (+ uitvoerige documentatie) voor aanpassingen aan de portefeuille

–             Voorstelling van studieobjecten door één of meer leden

–             Praktische afspraken volgende vergadering

–             Democratische stemronde over voorstellen aanpassing portefeuille

–             Sluiten vergadering

–             Napraten

5.3.         Nieuwe clubleden toelaten

Het gebeurt soms dat clubleden afhaken. Het analyseren van de reden(en) van het ontslag kan nuttig zijn voor de verdere clubwerking.

Mogelijke redenen:

–             Persoonlijke redenen

–             Ziekte of overlijden

–             Falende clubsfeer

–             Tegenvallend rendement op portefeuille

–             Onvoldoende kennisoverdracht

...

Het vertrek, of de uitbreiding van de club maakt dat er mogelijkheden komen voor nieuwe kandidaat-leden. De kandidaat-leden kunnen via een aantal kanalen bij de club terecht komen :

–             Persoon uit de kennissenkring van één van de clubleden

–             Personen die zich spontaan hebben gemeld bij de club

–             Via contact met de VFB, die kandidaat-leden oplijst

Het uiteindelijk opnemen van een nieuw lid is echter niet zo evident. Het is natuurlijk positief te noemen dat door de intrede van een nieuw lid mogelijk nieuwe zienswijzen en denkpatronen in de club worden geïntroduceerd. Anderzijds moeten we constateren dat na verloop van tijd de meeste clubs toch wel vriendenclubs geworden zijn met eigen gewoonten en werkmethoden. Het is dus geheel niet zeker dat de nieuwe persoon in kwestie zal passen binnen de bestaande clubstructuur.

Het is dan ook van cruciaal belang dat zowel voor de bestaande clubleden als voor de kandidaat de manier van werken binnen de club, de visie van de club, de clubsfeer en de verwachtingen van het kandidaat-clublid uitgebreid worden besproken. Op die manier zullen beide partijen zich een goed beeld kunnen vormen van elkaar.

De beslissing om toe te treden tot de club moet genomen worden door beide partijen (best na het volgen van een vergadering). De nieuwe kandidaat moet zich ‘goed voelen’ bij de manier van werken in de club. Anderzijds is het even belangrijk dat de bestaande leden het nieuwe clublid als een verrijking beschouwen die binnen hun visie past.

VFB-club Investopia werkte een procedure uit voor het aanwerven van nieuwe leden (zie hierna punt 6).

Aangezien het instapbedrag voor een nieuw clublid vrij hoog kan zijn – afhankelijk van de hoe lang de club al bestaat en het succes van de beleggingen – haken kandidaat-clubleden wel eens af. Een theoretische oplossing is het meervoudig stemrecht: nieuwe leden doen een lagere storting dan het normale instapbedrag (bijvoorbeeld 50%) maar krijgen dan ook een kleiner stemrecht bij beslissingen. Meervoudig stemrecht is misschien wel een mogelijkheid, maar praktisch moeilijk realiseerbaar. Bij beleggingsclub Investopia bijvoorbeeld kan er worden ingestapt per 25% van de inventariswaarde, maar werd er beslist om het stemrecht evengoed op 100% te houden. Trouwens, eens iemand in de club zit met centen, heeft hij alle belang bij een zo hoog mogelijk rendement. Bovendien, hoe meer clubleden, hoe meer interessante beleggersideeën. Vanuit die optiek is het logisch dat iedereen gelijk stemrecht krijgt. Maar dit moet, samen met de mogelijke instapregelingen, gestipuleerd worden in de statuten van de club.

  1. De winst

 

We spreken maar meteen over winst. Maar wat is winst? We hebben het dan over verwezenlijkte winst, in beurstermen over ‘winstneming’. Dit betekent dat, zolang we onze effecten behouden, er geen sprake is van (gerealiseerde) winst. Maar maken we het niet te moeilijk. Als we het in de club hebben over winst, bedoelen we natuurlijk de meerwaarden in portefeuille. Er zijn ook clubs die met verlies werken, hoewel men hier kan stellen, dat zolang men de effecten niet verkoopt, er geen verlies wordt geleden. Om nu te weten of de club met winst of verlies draait, hebben we in de modelstatuten het element ‘inventariswaarde’ ingevoerd.

 

6.1.         Inventariswaarde (of netto-verkoopwaarde)

De inventariswaarde op een bepaalde dag wordt gedefinieerd als het netto vermogen dat de club in klinkende munt zou hebben indien men die dag alle effecten zou verkopen.

De portefeuille wordt dus gewaardeerd op haar nettoverkoopwaarde en niet op haar koerswaarde. Bij de ontbinding van de club is het dus het nettobedrag dat onder de leden wordt verdeeld.

Om de inventariswaarde te bepalen moet rekening gehouden worden met de (fictieve) verkoopkosten. Een en ander wordt geïllustreerd door volgend voorbeeld: een club bestaat uit twintig leden, de initiële bijdrage bedroeg 250 euro per lid en de maandelijkse bijdrage 25 euro. We bepalen de inventariswaarde van de portefeuille van de club op het ogenblik dat de club precies twee jaar bestaat.

6.2.         Praktisch voorbeeld van de inventariswaarde van een clubportefeuille

(fictieve cijfers)

a              =             aantal aandelen in portefeuille

b             =             naam aandeel

c              =             koers van het aandeel bij aankoop

d             =             hoofdsom bij aankoop

e             =             aankoopkosten

f              =             d + e = totale aankoopprijs

g              =             koers van het aandeel op datum van inventaris

h             =             hoofdsom bij verkoop

i               =             berekende virtuele verkoopkosten

j               =             h – i = netto verkoopwaarde

a

60

b

Aandeel 1

c

25,00

d

1500,00

e

25,50

f

1525,50

g

32,75

h

1965,00

i

31,08

j

1933,92

40

Aandeel 2

33,21

1328,40

23,44

1351,84

44,90

1796,00

29,05

1766,95

20

Aandeel 3

58,24

1164,80

21,48

1186,28

64,10

1282,00

22,88

1259,12

15

Aandeel 4

45,00

675,00

15,60

690,60

63,90

958,50

19,00

939,50

10

Aandeel 5

54,65

546,50

14,06

560,56

66,60

666,00

15,49

650,51

50

Aandeel 6

61,34

3067,00

44,30

3111,30

86,00

4300,00

59,10

4240,90

20

Aandeel 7

134,20

2704,00

39,95

2743,95

210,00

4200,00

57,90

4142,10

 

 

 

 

 

 

 

 

Totaal

14933,00

 

De som van 14.933 euro vermeld in kolom h is het nettobedrag dat men zou ontvangen indien de bovenvermelde effecten worden verkocht tegen de koersen aangeduid in kolom e.

Nu had onze club op datum van de inventaris nog liquiditeiten ten belopen van 3.786,42 euro zodat de totale inventariswaarde van de club 18.719,42 bedraagt.

Deze club bevindt zich in de winst want het totaal ingelegde kapitaal bedraagt 17.000 euro namelijk 250 euro + 25 euro (bijdrage)*24 (maanden) en dit maal 20 leden.

 

6.3.         Het punt

De rekeneenheid van sommige clubs is ‘het punt’. In ons voorbeeld werd bij het stichten van de club de maandelijkse bijdrage vastgesteld op 25 euro, het aantal punten is identiek aan het aantal gestorte maandelijkse bijdragen. Elk lid stortte bij de toetreding 250 euro of het equivalent van 10 maandelijkse bijdragen, wat overeenkomt met 10 punten en maandelijks komt er een punt bij per lid. Aldus komt men na 24 maanden per lid aan 10 + 24 = 34 punten. Voor 20 leden maakt dat een totaal van 20 x 34 = 680 punten.

De waarde van een punt is nu gelijk aan het totale bezit van de club (inventariswaarde van de effecten plus liquiditeiten), gedeeld door het aantal gestorte punten.’

Steeds in ons voorbeeld is na twee jaar de nieuwe waarde van het punt: 18.719,42 : 680 = 27,53 of een nettowinst van 10,1% over 2 jaar. In deze berekening werd geen rekening gehouden met het element tijd.

In deze club beschikt elk lid nu over een participatie van 34 x 27,53 = 936,02 euro

 

Bedrag toegekend aan een ontslaggevend lid

De heer P. meldt schriftelijk aan de voorzitter zijn ontslag voor de vergadering van de 22e maand van het bestaan van de club. In de statuten van de club lezen we dat het toegekende bedrag berekend wordt volgens de waarde op de tweede maandelijkse vergadering na die waarop het ontslag werd bekendgemaakt. In ons geval dus na 22 + 2 = 24 maanden. De heer P. moet wel 2% kosten betalen. Hij krijgt dus ongeveer twee maanden na zijn ontslag de som van 0,98 x 936,02 = 917,30 euro.

Dit alles in de veronderstelling dat de heer P. de laatste twee maanden telkens zijn bijdrage betaalde. Deed hij dat niet dan is het totale bezit van de club slechts 18.719,42 – 50 = 18.669,42 euro, en zijn er slechts 680 – 2 = 678 punten. De puntwaarde is dan 18.669,42 : 678 = 27,54 en de heer P. krijgt uitbetaald: 32 x 27,54 = 881,28 bruto min 2% kosten, dus 0,98 x 881,28 = 863,65 euro netto

De heer P. krijgt nu een hoger punt betaald (27,54 ipv 27,53) maar... had hij zijn bijdrage gedurende de laatste twee maanden gestort, dan had hij 917,3 – 863,65 = 53,65 euro meer bekomen. Zijn bijdrage van 50 euro had hem 3,65 euro winst opgeleverd!

6.4.         Het berekenen van onze opbrengst

Voor de berekening van de return (R) kan een formule gebruikt worden die gelinkt is aan een portefeuille waar geregeld stortingen en terugnames op gebeuren:

R             =             (Netto actief – Startwaarde – (Stortingen – Terugnames)) x 100

Gemiddeld kapitaal (G) Opmerkingen:

–             Het netto actief is de totale waarde van de portefeuille (som van liquiditeiten en titels omgerekend naar euro) op het

einde van de periode.

De startwaarde is de portefeuillewaarde op het begin van de periode.

–             Het gemiddeld kapitaal wordt als volgt berekend:

  • eerst wordt de startwaarde vermenigvuldigd met het aantal dagen tussen start- en einddatum;
  • daarna wordt voor iedere storting of afhaling het product gemaakt van het bedrag met het aantal dagen tussen de valutadatum van de beweging en de einddatum;
  • deze totale som wordt uiteindelijk gedeeld door het aantal dagen tussen start- en einddatum (er wordt hier gewerkt met het effectief aantal dagen op een jaar, dus niet met vb. 360 dagen).

Voorbeeld:

Portefeuille heeft op 01/01/2009            100 euro

Men stort op 01/07/2009            50 euro

Men heeft op 01/01/2010           160 euro

Gemiddeld kapitaal (G)               =             (100 x 366 + 50 x (31 + 31 + 30 + 31 + 30 + 31)) / 366

=            (100 x 366 + 50 x 184) / 366

=            (36.600 + 9200) / 366

=            45.800 / 366

= 125,14

Het rendement op 01/01/2010 t.o.v. 01/01/2009 is dus:

R             =            (160 – 100 – 50) x 100

125,14

=            10 x 100

125,14

=7,99%

7.Besluit 

Lid zijn van een beleggingsclub is een boeiende manier om het beursgebeuren te leren doorgronden. Een aangename clubsfeer en de wisselwerking onder de leden kan er voor zorgen dat zelfs saaie materie voor iedereen begrijpelijk wordt. Beleggen is een ‘werkwoord’ wordt wel eens gezegd, en dat is ook zo. Maar beleggen in beleggingsclubs moet ook aangenaam zijn voor de leden. Het opbrengen van de nodige discipline is enerzijds een absolute noodzaak voor het goed functioneren van een club. Dit neemt echter niet weg dat een toffe clubsfeer met ruimte voor initiatieven van alle leden een conditio sine qua non is voor het blijvend goed functioneren van de beleggingsclub.

Hét grote voordeel van een beleggingsclub bestaat hierin dat het een reflectiekamer is waar ideeën en visies omtrent beurs, beleggen en andere financieel getinte aspecten worden behandeld. Een voorgesteld onderwerp (aandeel, sector,...) zal door diverse leden via verschillende invalshoeken worden benaderd. Een dergelijk proces is niet alleen verrijkend voor iedereen maar geeft vooral een veel getrouwer beeld van het onderwerp zelf. De beslissing om bijvoorbeeld over te gaan tot de aankoop van een bepaald aandeel is op die manier veel beter overwogen en zal gemiddeld gezien ook aanleiding geven tot betere financiële resultaten.

Naast de interne clubwerking is het belangrijk om ook een onafhankelijke partner te hebben. Een partner die de clubwerking ten gronde kent, die kan opkomen voor de belangen van de club en zijn clubleden en waar men terecht kan met vragen van organisatorische en praktische aard. De VFB is deze onafhankelijke partner. De Vlaamse Federatie van Beleggingsclubs en Beleggers is er door jullie maar vooral vóór jullie! Veel succes gewenst met de verdere uitbouw van jullie club.

Danny Van Liedekerke Bestuurder VFB